Dool’s column: Stamceltransplantatie

Mijn facebook volgers zien regelmatig een foto van mijn zoon en ondergetekende, voorafgaand aan een thuiswedstrijd van Sparta. Zo ook op zondag 18 maart, de dag waarop VVV spits Thy in de schijnwerpers stond, omdat hij niet kon spelen i.v.m. het doneren van stamcellen aan een leukemiepatiënt. Daar is al veel over gezegd, maar wat mij persoonlijk opviel is dat de succesverhalen van geslaagde transplantaties en de belevenissen van de patiëntjes zelf, niet of nauwelijks aan de orde kwamen.

Inmiddels al weer ruim 10 jaar geleden kregen wij thuis de boodschap te horen dat onze zoon zonder stamceldonatie niet ouder zou worden dan maximaal 14 jaar. Hij zou voor die tijd, mogelijk al snel, overlijden aan een infectie, een inwendige bloeding of uiteindelijk aan een bloedziekte. Dan heb je geen andere keuze dan te hopen dat een geschikte donor zich heeft aangemeld en te wachten totdat de behandeling zal gaan starten. Tot die tijd snel nog wat leuke familie uitstapjes maken om, hoe cru het ook klinkt, ‘herinneringen te creëren’. Eén van de attracties die we bezochten was het dolfinarium te Harderwijk. Terwijl die kleine vol enthousiasme naar de show van de springende “Flippers’ zat te kijken, besefte ik me plots dat dit zo maar de laatste keer zou kunnen zijn dat hij glunderend naast me zat. Op dat moment brak ik, de tranen stroomden over mijn wangen. Stilletjes verdween het oogvocht in mijn handpalmen, hopende dat hem niets bijzonders zou opvallen. Hij had immers geen idee wat hem te wachten stond en verontrusten wilden we hem niet.

In zijn jonge leven had ons mannetje lichamelijk nog niet al te veel geluk gehad. Dit maal mazzelde hij wel. Meerdere donoren leken geschikt, de artsen konden hieruit zorgvuldig de beste keuze maken. Vol goede moed begonnen we aan de behandeling, wetende dat de overlevingskans ongeveer 2/3 zou zijn. ‘We gaan je bloedfabriek vervangen’. Dit is de uitleg die de kinderen krijgen wanneer ze voor ongeveer 2 maanden in een ‘hogedruk’ tent plaatsnemen. Slechts contact met de buitenwereld door het plastic heen. Alleen aangeraakt via rubberhandschoenen door ouders, die met steriele kleding en een mondkapje voor proberen de moed er in te houden. Letterlijk afgebroken door de chemo die zijn eigen beenmerg (=bloedfabriek, zit in alle botten) volledig moest vernietigen. Van een vrolijk jongetje tot een zielig hoopje mens met een hartslag van bijna 200 en een zeer lage bloeddruk.  Op zijn kreunende vraag ‘gaat deze ziekte wel over’, kon je niet anders dan bevestigend antwoorden. Dan is het moment daar. De stamcellen van de donor worden middels een infuus binnengebracht. Het wachten kan beginnen, het is de vraag of de cellen worden geaccepteerd en zich vermenigvuldigen. Al na een paar dagen waren de resultaten zeer positief, zijn afweermechanisme herstelde langzaam maar zeker. Hij knapte zienderogen op, binnen een maand hoorden we plots op een ochtend dat we hem weer mee naar huis mochten nemen. Een kale kop, maanden niet gelopen en een slangetje door zijn neus, waarmee hij nog een half jaar vloeibaar voedsel zal krijgen. Een lange periode van herstel in zijn eigen omgeving, met vele controle bezoeken aan de artsen, was begonnen. Enkele weken later hoorden we bij toeval dat zijn zaalgenootje het helaas niet heeft gered.

Tien jaar later, 18 maart 2018. Weer zit ik naast een stralende zoon, die ditmaal in zijn handen klapt op de tonen van de Sparta Mars. In de 11e minuut applaudisseert het publiek massaal voor VVV spits Thy. En wederom biggelen de tranen over mijn gezicht. Dankbaar richting iemand zoals Thy, die bereid was zichzelf een paar dagen wat minder lekker te voelen om het leven van een kind te redden. Dankbaar dat ik samen met mijn zoon op de tribune mag zitten, genietend van een broodje kroket en ongetwijfeld weer een matige pot voetbal. Maar dat laatste is slechts bijzaak. Vandaag is de dag dat alle donoren symbolisch in het zonnetje worden gezet.

Mocht u nog twijfelen om zich aan te melden als donor, dan hoop ik dat bovenstaand verhaal u over de streep zal trekken. De kans is klein dat u ooit zult worden opgeroepen. Mocht dat wel gebeuren, weet dan dat u een klein beetje een held bent. Om zodoende een echte held, het patiëntje, na een heftige periode weer van het leven te kunnen laten genieten. Zelfs van een 2-5 nederlaag tegen Ajax.

Herman van den Dool
voorzitter VVOR