Dool’s column: Droppie

Komkommertijd … de (verlate) column van onze voorzitter gaat in deze zomerstop eens niet over VVOR; nog even weinig voetbal, rust, warmte, zon, een zonnesteek wellicht voor sommigen, maar ook een mooi moment voor een terugblik … een moment van reflectie:

Schrijven kan heel therapeutisch werken. Een verhaal lezen kan op haart beurt weer een gevoel van herkenning geven. Vandaar dat mijn column dit keer over Droppie gaat, een beetje een vreemde poes die de afgelopen 17 jaar onze huisgenoot is geweest. Net als dat honden op hun baasje schijnen te lijken, zal deze poes dan ook wel raakvlakken hebben gehad met haar medebewoners.

Toen we haar zagen in het nest met kittens wisten we allebei ,onafhankelijk van elkaar, direct welk katje we mee naar huis wilden nemen. Het beestje met de rare achterpoten dat het meest geïnteresseerd was in de mensen die haar aankeken. Thuis gekomen bleek het direct een enorme aandachtvrager, die niet accepteerde dat wij boven sliepen en zij eenzaam beneden moest blijven. Vanaf dat moment heeft ze boven op het dekbed een plek op mijn benen weten te bemachtigen. Waar je ook ging of stond, vrijwel altijd was ze in de buurt te vinden. ’s Avonds op schoot op de bank, in de tuin, mee naar zolder en zelfs als je naar het toilet ging kwam mevrouw een kijkje nemen.

De laatste maanden van 2018 werden echter steeds problematischer. Droppie viel zo nu en dan van de trap, kon bijna niet meer op de bank springen en liet ook ons zien waar zij naar het toilet ging. Niet meer op de kattenbak, maar op een willekeurige plek in het huis of de keren dat ze wel de juiste hoogte wist te bereiken gewoon op de zithoek. ’s Nachts bleef ze beneden op tafel liggen, kwam er af om te eten en te drinken maar dat was het dan wel. Naar buiten gaan was er bijna niet meer bij, bang voor de buurkatten die op haar territorium de macht hadden overgenomen. En kwam ze wel naar buiten dan was de kans groot dat ze een voorbijganger aanklampte, met als gevolg dat deze de dierenambulance belde omdat men dacht (gezien de kromme achterpootjes) dat ze was aangereden. Zo is ze nog een keer net op tijd gevonden bij een dierenarts waar ze naartoe was gebracht, luttele minuten voordat ze naar het asiel zou worden overgebracht. Een hoop stress en nog een vette rekening ook. Maar ja, zo maar een einde er aan laten maken doe je ook niet. Dus ruimde je iedere dag de klerezooi op, stonden de banken vol met lege verhuisdozen die we er dagelijks weer afhaalden en opzetten en accepteerde ik dat tijdens een zakelijke call vanuit huis, een keihard gemiauw telkens weer voor de nodige hilariteit zorgde bij mijn collega’s. Ondanks dat ze vrijwel doof was wist ze exact te timen wanneer het aanhoudende kattengejank moest aanvangen.

Uiteindelijk kwam het besef dat het zo niet langer kon. De kwaliteit van leven was tot een dieptepunt gedaald. En dan heb ik het over dat van Droppie, ook al was de sfeer in huize Van den Dool er niet op vooruit gegaan. Met elkaar praten met een verhuisdoos tussen je in helpt daarbij ook niet. Het onvermijdelijke besluit werd genomen, we moesten haar laten inslapen. Zeer onprettig voor je geweten, je beslist immers toch over leven en dood. Nietsvermoedend brachten we haar naar de dierenarts, al waar de emoties de overhand kregen. De dit maal nog vettere nota werd na afloop zonder morren voldaan, wetende dat Droppie een heel mooi leven had gehad. Gelijk even door naar de afvalverwerking. Niet om de poes harteloos naar toe te brengen, maar om het tuinafval uit de achterbak van de auto te dumpen. Waarschijnlijk zijn ze daar nog aan het nadenken waarom twee mensen met rood omrande ogen afscheid namen van wat dode takken en oud grind.

De dagen daarna dacht je nog verschillende malen dat je haar hoorde, de witte gloed voor de deur zag zitten om binnen gelaten te worden en zocht je ’s ochtends waar ze lag. Samen met het besef dat ze er niet meer was kwam ook het inzicht dat de afgelopen tijd wat absurd was geweest. Zo was de ochtendkrant telkens droog, kon je gerust dingen op de vloer laten slingeren en bleek dat onder het plastic een heuse stoffen deurmat lag.

Natuurlijk kan je het niet vergelijken met een mensenleven. Toch zijn de overeenkomsten groot. Het lichaam maakt dezelfde ontwikkeling door en je houdt van zo’n beestje. De normaalste zaak van de wereld dat het door je huis loopt. Alleen kan de poes niet aangeven wanneer het genoeg is geweest. Het wordt voor haar beslist. Afhankelijk van de situatie kunnen mensen er gelukkig wel afspraken over maken. Ik moet er niet aan denken om eenzijdig het besluit te moeten nemen over het al dan niet beëindigen van een mensenleven. Stiekem knaagt het namelijk nog steeds wel een beetje. En zelfs mijn collega’s missen Droppie in de telefonische vergadering. Nu kunnen ze namelijk verstaan wat ik te vertellen heb.

Het is dus nog een beetje komkommertijd, maar fijn dat het seizoen met de nodige drukte en afleiding bijna begint. We gaan er weer een mooi VVOR seizoen van maken. Er is een hoop te doen.

Herman van den Dool
voorzitter VVOR