Dool’s column: Roeptoeter !!

We kennen het allemaal wel. Je vangt een woord op, dat je nog nooit eerder gehoord hebt. En verdomd de volgende dag zie je dat woord ineens weer opduiken, zij het in een volledig andere context. Hoe ouder je wordt, hoe kleiner de kans dat dit gebeurt, totdat je zo oud begint te worden dat het vanwege je afnemende geheugen steeds vaker plaatsvindt. Mij overkwam het onlangs nog met het woord ‘Roeptoeter’. Thuis werd het uitgesproken, overigens niet tegen mij, de dag erna werd het in een krantenartikel gebruikt.

Even googelen leert de uitleg van roeptoeteren: het luidkeels en ongenuanceerd verkondigen van iets, meestal een bepaalde mening. Dit betekent dat op een voetbalclub nogal veel roeptoeters rondlopen. Een aantal van hen vinden we langs de lijn. Laatst trof ik nog een Haags exemplaar tijdens een wedstrijd waarbij mijn aandacht speciaal uitging naar de performance van de scheidsrechter. Zelden iemand zo’n goede wedstrijd zien fluiten. Plots klonk daar het geluid van, jawel de roeptoeter. Bij de zoveelste 100% correcte beslissing van de leidsman riep deze zogenaamde supporter ‘Hé scheids, waar ben je nou mee bezig’. Een vrouw van dezelfde vereniging riep hem zoals het hoort tot de orde en vroeg waarom hij zo tekeer ging. Ook zij gaf aan dat er namelijk heel goed gefloten werd. Het antwoord was legendarisch. ‘Hij blaast inderdaad geweldig, maar zoveel beter dan de scheidsen in de vorige wedstrijden dat dit niet consequent is en onduidelijk wordt voor de kinderen’. Als voorzitter mag je dan niet keihard gaan staan lachen, ik durf niet te beloven dat mijn gelaat in de plooi is gebleven.

Wat is dat toch ? Waarom moeten we bij ieder beslissing uiten dat de man of vrouw in zwart ongelijk heeft ? Voor het gemak gaat men er maar van uit dat altijd sprake is van partijdigheid. Laten we nu eens beseffen dat de fluitist(e) de wedstrijd naar eer en geweten leidt. Fouten zullen altijd gemaakt worden, dat doen de spelers en trainers tenslotte ook. Kortom, geef het goede voorbeeld. En doe je dat niet dan ben je niet alleen een roeptoeter maar ook een droeftoeter. En nu maar opletten waar je dat woord morgen nogmaals op ziet duiken.

Herman van den Dool
voorzitter VVOR