Dool’s column: We are the champions !
Nu het seizoen ten einde is zijn de prijzen verdeeld. De kampioensoogst van de VVOR teams is behoorlijk groot dit jaar. Wellicht dat er eentje ontbreekt maar we kunnen JO11-1, JO11-3, JO15-6, JO17-1, het vierde senioren team en het 45+ team feliciteren. Heel goed gedaan !!!
Kampioen worden is niet zo gewoon. Sommige spelers maken het in hun gehele amateurcarrière helemaal niet eens mee. Prachtig was de reactie van Dylan Lenos uit het 4e (met wiens vader ik overigens 27 jaar geleden kampioen werd). Glunderend kwam hij naar mij toe en stamelde ‘Ik ben in al die jaren nog nooit kampioen geweest en ik voetbal al bij VVOR vanaf kleins af aan’. De 45plussers kwamen, tussen het uitvoeren van hun vrijwilligerstaken door, subtiel vissen naar de complimenten voor hun eindzege. Het allermooist waren echter de gezichten van de kleintjes en de trotse blikken van hun ouders. Waar mogelijk proberen we ze na hun beslissende wedstrijd te voorzien van een drankje en een patatje terwijl wijlen Freddy Mercury met zijn ‘We are the Champions’ door de kantine schalt.
De KNVB heeft sinds afgelopen seizoen voor alle jongeren t/m JO-9 besloten om geen uitslagen en standen bij te houden. Niet de competitie maar het spel is het doel in de leeftijdscategorieën. Wat mij betreft geen slechte keuze. De kampioenstress komt daar vaak meer van de ouders en begeleiders dan van de spelers zelf, niet iedereen kan dit omzetten in positieve energie. Bovendien zijn de spelertjes wanneer ze van het veld lopen al weer vergeten of ze verloren dan wel gewonnen hebben. Als je ouder wordt ben je daar meer mee bezig. Prachtig om de stand te volgen, te kijken wat de komende tegenstander heeft gepresteerd en mee te doen om de titel. Jarenlang heb ik me daar zelf mee bezig gehouden, heel lang hebben we jaarlijks meegedaan om de hoofdprijs. Nu ik bij de veteranen speel, komt (eindelijk) het besef weer terug dat het spelletje an sich veel belangrijker is dan het winnen. Wellicht dat dit komt omdat we toch nooit meer kampioen zullen worden, de fase van berusting is daarmee ingetreden. Waarschijnlijker is dat we donders goed weten dat andere zaken in het leven veel meer waarde hebben dan de 3 punten die op zaterdag zijn te verdienen. Met in de achterzak een aantal kampioenschappen waar menig speler jaloers op zou zijn, dat dan weer wel.

Uiteindelijk gaat het in de derde helft (voor de voetbal leken: het napraten aan de bar) niet over die kampioenschappen, maar over de unieke momenten die alle jaren hebben voortgebracht.Daar kunnen we iedere keer weer smakelijk om lachen. Met name Eelco weet mij donders goed met de neus op de feiten te drukken. De bal bij Nedlloyd waar ik zijn voorzet over een volledig leeg goal wist te koppen, de eigen goal bij SVS waar ik wel even zou laten zien hoe je laatste man moest spelen. Eén moment springt er telkens weer uit. Wanneer ik op de middenlijn van veld twee in de ‘dying seconds’ van de wedstrijd tegen PPSC de bal over de zijlijn had geschoten in plaats van hem te verspelen, waren we kampioen van de reserve 3e klasse geworden. Hoger had de helft van ons nog nooit gespeeld. Hoe onbelangrijk dan ook, stiekem doet deze nog steeds een beetje pijn. En helemaal omdat uit de kantine de noten weerkaatsen van Queen.
Dit maal met Another one bites the dust’.
Herman van den Dool
voorzitter VVOR

